Waarom wordt de een wel en de ander niet verslaafd?

Niet iedereen raakt verslaafd. Daarvoor zijn meerdere factoren van belang. Dit wordt het beste uitgelegd aan de hand van het biopyschosociale model. Dit model gaat ervan uit dat verslaving ontstaat door het samenvloeien van verschillende factoren, namelijk:

  • Biologische factoren: erfelijkheid, lichamelijke ziektes, werking hersenen, ADHD
  • Psychologische factoren: onzekerheid, perfectionisme, alles opkroppen, trauma, kort samengevat iemands persoonlijkheid
  • Sociale factoren: moeilijkheden/stress op het werk, slechte jeugd, opgegroeid in een disfunctioneel gezin, omgaan met mensen die gebruiken, scheiding

In de volgende hoofdstukken gaan we bovenstaande factoren één voor één onder de loep nemen.

Biologische factoren

Iemand kan bepaalde genen hebben waardoor een verslaving gemakkelijker ontstaat. Je genen bepalen hoe je lichaam en hersenen reageren op alcohol. Je lever breekt alcohol af, maar hoe effectief dit gebeurt kan per persoon verschillen.

Het ontstaan van een alcoholverslaving heeft te maken met het functioneren van onze hersenen. Hierin speelt ons beloningscentrum een belangrijke rol. Onze genen bepalen of we  weinig of veel dopaminereceptoren hebben.  Alcohol zal een grotere invloed hebben bij iemand met weinig dopaminereceptoren waardoor de kans op meer gebruik groot is.

Verder kan het vermogen om sterke impulsen te weerstaan bij sommigen minder goed functioneren. Dit heeft wederom te maken met onze hersenen. De manier waarop onze hersenen functioneren is erfelijk. Als één van je ouders verslaafd is aan alcohol, is de kans dat jij dit probleem krijgt groter.

Tenslotte kan een medische ingreep ook gevolgen hebben voor je gebruik. Het is bewezen dat een gastric bypass de kans op een alcoholverslaving vergroot. Na een gastric bypass bereikt het alcoholniveau in je bloed een snellere en hogere piek. De alcohol blijft ook langer in je lichaam aanwezig. De effecten van alcohol worden versterkt waardoor de kans op een verslaving groter wordt.

Psychologische factoren

Iemands persoonlijke eigenschappen of het hebben van persoonlijke problemen kunnen ook van invloed zijn op het verslaafd geraken.

Als je bijvoorbeeld vlug negatieve gevoelens ervaart en je weet niet goed hoe je hiermee moet omgaan en je gaat naar alcohol grijpen als hulpmiddel zul je ook vlugger verslaafd geraken. Echter, alcohol verdoofd. Het lost het probleem niet op.

Verder hebben mensen die veel te doen hebben minder kans op een verslaving dan diegenen die weinig hobby’s of interesses hebben. Dit komt omdat alcohol dan een grotere kans maakt om een plaats in je leven te veroveren

Sociale factoren

De sociale factor kan ook een belangrijke rol spelen bij het al dan niet verslaafd geraken.

Mensen die zich niet goed in hun vel voelen op het werk omdat ze steeds tegen de klok moeten werken, nooit een compliment krijgen, altijd maar geven maar nooit iets terug krijgen, het werk niet graag doen, zullen ook vlugger naar alcohol grijpen. Om de slechte gevoelens te verdoven.

Wonen in een stressvolle omgeving , naast of boven een kroeg wonen, waar voortdurend lawaai is, weinig ruimte is, geen mogelijkheid is tot gezonde, sociale interactie, gaat hand in hand met een alcoholverslaving.

Veel vrienden hebben, een grote kennissenkring, veel mensen om je heen hebben die om je geven, leuk werk hebben maken de kans op een alcoholverslaving kleiner.

Conclusie

Al deze factoren dragen bij aan het ontstaan van een alcoholverslaving. Erfelijke factoren kun je niet bijsturen, psychologische en sociale tot op een bepaald niveau wel.